Atlantis > Kampen > 1998

Kayakken in Slovenië, 1998

In de hemelvaartweek van 1998 hield kayakvereniging Atlantis haar jaarlijkse kanokamp in de Alpen. Omdat verleden jaar Slovenië ons zo beviel, gingen we daar dit jaar naar terug. Voor alle geïnteresseerden in de wildwatersport volgt hieronder een kort verslag.

Zaterdag: de heenreis

Na een reis van 1190 km kwamen we aan op camping Sobek te Lesco in Slovenië. Bij het uitpakken bleek dat Laurens voor zijn vader in plaats van de tent, de wintertent van de caravan had klaargezet, en dat Tiny die vervolgens zelf in de auto heeft geladen! Laurens heeft de hele week dus in de auto (een stationwagen) geslapen.

Zondag: de Radovna

Het waterniveau was slechts 28 cm, in plaats van de aanbevolen 55 cm. Hierdoor was de Radovna erg rustig, wat ons niet slecht uitkwam, zodat we rustig konden invaren. Bij een grote stuw werd de gehele rivier afgeleid voor waterkracht, en moesten we een kilometer klûnen (boten langs de kant slepen), tot het water er weer bijkwam. We eindigden bij de Vintgarkloof, een 1500 m lange kloof waar een wandelpad van vlonders loopt, dat aan de zijwanden is vastgebout. Omdat hier bijna nooit kanoërs varen (het is wildwaterklasse V, erg moeilijk dus), mochten we zonder entree te betalen over het pad lopen om de stroomversnellingen te verkennen. De eerste 500 m zijn inderdaad WW klasse V, daarna komt er een onbevaarbare passage, gevolgd door een 3 m hoge waterval, en daarna een rustig gedeelte. Foutloos, en onder grote belangstelling, voeren drie personen de eerste 500 m.

Maandag: de Kaminska-Bistrica

Om het instappunt te vinden moesten we eerst naar de bron van de rivier; een erg idyllisch plekje met door mos overgroeide rotsen, vanwaar tussenuit kristalhelder water vloeit. De eerste kilometer loopt de rivier door een erg smalle 20 m diepe kloof die volledig onbevaarbaar is, maar wel bijzonder indrukwekkend is om van bovenaf in te kijken. Met onze reddingstouwen lieten we de boten aan het einde van het onbevaarbare stuk in de kloof zakken. De eerste 30 m moesten we door een stukje kloof waar vallende stenen een dak in de kloof hadden gevormd, een soort grot dus. De rest van de rivier was licht verblokt (WW klasse III) met hier en daar omgevallen bomen die in de rivier lagen. De geur van wilde bosuien hing als een deken over de rivier. Tenmidden van al dit ongerepte natuurschoon speelden we in stroomversnellingen, en oefenden we ons in het varen van keerwater (het rustige water, bijvoorbeeld achter een steen).

Dinsdag: de Savinja

Teleurgesteld door het lage water in de buurt van de camping, reden we over een pas naar een volgende vallei. De Savinja had echter ook vrij weinig water. Vrij snel na het instappen was er een WW klasse III stuk, daarna heel lang heel rustig (gaap). We eindigden bij de stroomversnelling van Luce; meer dan een kilometer WW klasse V, dat door de lage waterstand iets makelijker was geworden. De Savinja is hier zo verblokt, dat we van keerwater naar keerwater voeren om zodoende steeds vanuit een andere gezichtshoek een volgende stroomversnelling te verkennen. Bij twijfel stapten we uit, en bekeken vanaf de kant wat ons te wachten stond.

Woensdag: de Koritnika

Van andere kanoërs hoorden we dat er bij Bovec wél water is. We pakten dus in, en reden naar Bovec, waar we verleden jaar al geweest waren. We waren er zo vroeg dat we `s middags nog de Koritnika voeren. Het instappunt was te bereiken via een lange afdaling over een slingerend pad met hier en daar zelfs traptreden. Na 100 m moesten we er al weer uit. Voor ons een kloofje met 4 m hoge wanden, dat zich versmalde tot wel 2 m, waar de Koritnika zich kolkend een weg zocht. Midden in de kloof ging Tiny, onze oudste deelnemer, om. Bliksemsnel eskimoteerde hij. Niet voor niets dus, die trainingen `s winters in het zwembad van Budel. Even later, bij het spelevaren in de snelle stroming, ging Bas om. Voor hij kon eskimoteren, dreef hij ondersteboven tegen een onderspoelde rots. Nog voordat de anderen bij hem waren was hij al uit de boot. Bas, zijn peddel, en zijn boot werden door drie verschillende mensen gered. De rest van de rivier was mooi, maar werd steeds rustiger.

Donderdag: de Soca (spreek uit Sotsjaa)

Even na Zaga stapten we in op wat dan nog een brede, traagstromende rivier is. Gaanderweg nam de stroming toe, en af en toe lagen er immense rotsblokken in de rivier. Door al het oefenen in de afgelopen dagen waren we er helemaal klaar voor, en maakten we er een sport van om steeds de moeilijkste route te kiezen door het steeds dichter wordende doolhof van rotsen. Natuurlijk kwam er iemand (Tiny) klem te zitten, dwars tussen twee rotsen. Vanuit het keerwater voer Cas naar hem toe, en bood de voorpunt van zijn kayak aan om op te leunen. Na veel geduw en gewiebel slaagden beiden erin Tiny's boot los te krijgen zonder dat Tiny moest uitstappen. Bij het slalomparcours (WW klasse IV+) ging Laurens om tegen een rots, en hij moest zwemmen. Nadat bleek dat Laurens veilig aan de kant was, gingen Bas en Cas achter de snel wegdrijvende peddel en boot aan. Zij moesten de volledige slalombaan afvaren, voordat ze de boot aan de kant hadden. Cas en Laurens sleepten hun spullen terug naar het begin om het slalomparcours opnieuw te doen, maar nu met oog voor detail.

Vrijdag: het tweede deel van de grote kloof van de Soca

Na een bijzonder diepe en steile afdaling gingen we eerst even in de rivier liggen om af te koelen. Dit deel van de Soca begint wild, en wordt dan wat makelijker (WW klasse III-IV). Waar de rivier zich tussen twee stenen perst, en gelijk een meter naar beneden valt, gingen er twee van onze groep om. Een daarvan moest hier zelfs zwemmen. Even verder maakten we kennis met `paddestoelen' (het tegengestelde van een draaikolk), die je boot ineens in de verkeerde richting duwen. De stroomversnellingen bleven elkaar maar opvolgen, en wij konden er geen genoeg van krijgen. De brug van Kobarid, die het einde van het trajekt aangeeft, kwam naar ons gevoel veel te snel in zicht. Dit was de mooiste kayakdag van de week! Een deelnemer beloofde zelfs dat indien hij de staatsloterij zou winnen, hij ieders vakantiedagen zou betalen en met de hele groep hier weer een week ging kayakken (het wachten is nu op het moment dat `ie gaat meedoen. :-)

Zaterdag: nogmaals het stuk van vrijdag

Een klein groepje spoedde zich al huiswaarts in verband met huiselijke verplichtingen, en de rest besloot het tweede deel van de grote kloof van de Soca nogmaals te varen. Een nieuw hoogtepunt was de ontdekking van een surfwals. Eenmaal in de wals gevaren kun je niet stroomop en niet stroomaf. Wel kun je van links naar rechts surfen, en de boot om de verticale as ronddraaien, of zelfs een looping (in de lengte over de kop) maken. Dit noemt men rodeo-kayak. Het geweld van de rivier laat de boot inderdaad net zo dansen als een mechanische stier op een kermis. Moegespeeld volmaken we de tocht.

Zondag: de reis terug

Na werkelijk perfekt weer de hele week, regent het de hele nacht en `s ochtends tijdens het afbreken van de tenten. Afgezien van wat kleine files hebben we een voorspoedige terugreis.

Terug naar kampen overzicht

© Kayakvereniging Atlantis.