Atlantis > Kampen > voorjaar 2001
Om ook eens op een andere plek te kayakken, hadden we deze winter gezocht naar iets nieuws. Hans had een leuke website gevonden met waterstanden in de Ardeche. Cas had samenvattingen gemaakt van de rivieren en trajekten. In de Ardeche aangekomen bleek dat de website niet te vertrouwen was, er was nl. geen drup water, terwijl de website aangaf dat het nivo gemiddeld of laag was. Na een dag verkasten we naar Guillestre in de Franse Alpen. Hier was wel water, heel veel zelfs! Lees hieronder ons verslag.
Met drie auto's legden we de 1050 km naar de Ardeche in 10 á 11 uur af. Op een hele kleine file bij het tankstation in Luxemburg verliep de reis erg voorspoedig. Op de camping was het 25°C en het zwembad was verwarmd. De rivier stond bijna droog, dit in tegenstelling tot de verwachtte laag tot gemiddeld die donderdag nog op de website van de camping stond. Dit is dus niet te vertrouwen!
Bij gebrek aan water op zondag, wat eventueel wel doordeweeks werd losgelaten door stuwdammen, varen we het toeristenstuk van de Ardeche. Omdat enkelen hier ooit eerder waren, kiezen we voor de mini-descent (7 km WW 1 en 2). Het water stond nagenoeg stil. Er waren welgeteld 3 stroomversnellingen. Ondanks deze rust moest Laurens zwemmen, en Rene eskimoteren. Bij Pont d'Arc gingen we op zoek naar een grot van waaruit je in het water kon springen (jeugdsentiment van Rene). Uiteindelijk vonden we de grot, volgespoeld met hout. Toen zijn we maar van een rotspunt in het water gesprongen, met en zonder boot.
's Middags verkennen we de Chassesac, maar ook deze staat droog, en de vegetatie in de rivier ziet er niet naar uit dat hier geregeld meer water wordt losgelaten. 's Avonds besluiten we te verkassen naar de ons zo bekende Franse Alpen.
We laden alles in en rijden van Chauzon naar camping St. James in Guillestre aan de Guil. Het is hier een stuk hoger en dus ook kouder (10°C). Alle riviertjes in de omgeving staan erg hoog. We doen wat boodschappen en koken lekker. 's Nachts begint het hard en langdurig te regenen.
Het regent 's ochtends nog steeds. We besluiten de Guil te verkennen. Het stuwmeertje stond leeg, naar later bleek wegens ontzette sluisdeuren. In het najaar van 2000 was de Guil overstroomd, met onder andere weggeslagen wegen langs de rivier. De rivier zelf was ook behoorlijk veranderd; de sleutelgat passage naast de tunnel was volledig anders. De grote rots waarop je vroeger stond om te verkennen lag nu in de rivier, en de nivoverschillen zijn enkele meters stroomaf verschoven. De voorheen onbevaarbare boomstam passage net boven het watergordijn is nu WW 5 of 6, voor zover wij konden inschatten bij de hoge waterstand nu. De boom was in ieder geval weg. Overweldigd door zoveel veranderingen (Enkelen van ons varen al 15 jaar op de Guil, en hebben die nooit zien wijzigen), vertrouwen we de kloofpassages ook niet. Om in te varen, besluiten we op de Durance te beginnen.
Wat onwennig na de Ardeche drijven we met grote snelheid de Durance af. We oefenen wat keerwater varen in de draaikolken langs de rotswanden. Net na de spoorbielzen vliegen we ons favoriete keerwatertje in; een sterke keerstroom aan de rechterkant net boven een wild kolkende passage. Tiny gaat om bij het keerwater uitvaren en slaagt er niet in om te eskimoteren op de grens tussen keerwater en stroom. In de volgende linker buitenbocht gaat Rene om, maar hij eskimoteert binnen 1 seconde, net op tijd voor de volgende golf. Marcel en Hans duiken een lager gelegen keerwater in, hier gaat Hans om. Na zo'n drie pogingen geeft hij op en zwemt.
Het gat van de Durance was wegens de hoge waterstand voledig platgespoeld, je kon met veel moeite nog net traverseren. Een paar kilometers verder bij een grote rots in de rivier dreef Hans dwars op de rots in een poging het keerwater erboven te halen. Op zijn kop drijft hij er rechts langs en slaagt er wederom niet in te eskimoteren. Vol ongeloof staat hij op de kant zijn boot te legen: "...Ik voel me net een ouw wijf...". Bij de stalen brug gaat het water zo snel dat niemand zich aan de keerwaters onder en net na de brug waagt.
's Avonds twijfelen we tussen Guisane of Claree, of de Var. Na berichten van het thuisfront dat het diep in het zuiden mooi weer is gaan we voor de Var. Het regent nog steeds... Omdat er zo niet fatsoenlijk te koken valt, gaan we uit eten, wat niet meevalt op de dag van de arbeid. We vinden toch een leuk restaurantje.
We staan vroeg op, want we moeten twee collen over. Bij Col de Vars zijn er wegwerkzaamheden, en worden we omgeleid over een bergweggetje. Boven op de Col maken we tenmidden van de sneeuw een groepsfoto. Bij de Ubaye aangekomen is de weg afgesloten, maar er staan wel braaf auto's te wachten. Het blijkt dat ze tussen de werkzaamheden ieder heel uur auto's doorlaten, en het was 09:52. Mazzel dus. Niet voor lang, want bij de afslag naar de Col de Cayole blijkt dat die FERME is. Balen!
Dan maar een stukje Ubaye. Wegens de ook hier hoge waterstand kiezen we voor een rustig stuk. Nog tijdens het afladen komt er een politiewagen aanrijden: Het is interdit om stroomopwaarts van Barcelonette te kayakken. In Barcelonette aangekomen is de rivier niet wilder dan WW 1, maar dan heel snel. Het water ziet zwart van de meegevoerde modder. We kijken iets lager bij Les Thuiles en La Fresquiére. Vooral bij La Fresquiére gaat het zo tekeer dat we het er maar niet op wagen. Wie hier zwemt verliest zeker zijn materiaal, en mischien wel meer...
In een bar in Le Lauzet besluiten we maar terug te rijden, maar nu via Embrun. Helaas wordt er ook aan deze weg gewerkt en moeten we helemaal om het stuwmeer rijden. Terug op de camping besluiten we unaniem om naar huis te gaan. Omdat het pas 14:00 is, kijken we nog even bij de Guil. Het water is al wel iets gezakt, maar nog niet in die mate dat wij het zien zitten. We pakken alvast wat in, en gaan pizza eten van de club.
Om 08:30 verlaten we Guillestre, en rijden zonder problemen in 10 uur naar huis. In Nederland is het fantastisch weer geweest, terwijl wij in de regen zaten. Volgende keer beter!
Terug naar kampen overzicht